Na een aantal berichten met een enigszins kritische, ironische blik op de Chinese wereld, kan ik nu een aantal tegengeluiden laten horen. Na bijna 4 weken in en om Beijing te hebben doorgebracht was het donderdag 2 augustus tijd voor het eerste boerderijbezoek in het kader van de stage, met als doel zien hoe de situatie van dieren in China er voor staat en dit beschrijven in een rapport en op de website.
Ms. Wu had een trip naar bekenden geregeld die ongeveer honderd kilometer ten noorden van Beijing wonen in een zeer klein dorpje in de heuvels. Na een gevoelsmatige lange busreis van 2,5 uur, worden we opgepikt door de heer des huizes en zijn broer en rijden we in twee auto’s nog een keer een klein uur naar het dorpje. Een prachtige tocht door het Chinese platteland -wederom met de onnavolgbare Chinese rijstijl- brengt ons naar het dorpje, gelegen tussen een aantal heuvels. De lucht is schoon, evenals de straten, zelfs het blanke beton lijkt elk uur geveegd te worden ofzo. Wat een verademing na Beijing!
De familie woont in een huis met 3 kamers: de hal en links en rechts een kamer met tafels en stoelen en bedden (en een grote televisie en luidsprekers). Naast de man, zijn vrouw en drie dochters, blijken opa, oma, broer en schoonzus er ook te wonen. De tuin bevat een gebouw voor opslag, een keuken en een moestuin. Buiten de muur is een simpel toilet (lees een gat in de grond maar eigenlijk niet veel anders dan de hurk wc’s zoals je die in Frankrijk langs de autoroute ziet) een kippenren en een ezel op de heuvel, voor het verplaatsen van zware dingen.
Twee meisjes van de Universiteit zijn met ons mee als een tolk. De middelste dochter van de familie blijkt echter ook Engels te leren op school en wil dit graag verbeteren, en mij tevens Chinees leren. Even later vind ik mezelf dan ook Chinese karakters naschrijven met een schoolkrijtje (inclusief natuurlijk het karakter voor gitaar) en probeer ik als leraar Engels tevens een tegenprestatie te leveren. Zie ook de foto’s voor beeldmateriaal van deze culturele uitwisseling.
Daarna gaan we aan tafel. Helaas niet met de familie, want die eten pas nadat wij zijn uitgegeten, zoals hun gastvrijheid voorschrijft. De tafel is gevuld met heel veel schalen. Het idee is dat we, gewapend met stokjes van alle dissen wat pakken en het in ons eigen kommetje leggen, of direct opeten. Ik probeer de diverse groenten, maar moet helaas concluderen dat de zure of bittere nasmaak, ik kan het niet echt benoemen, van de saus mij niet echt kan bekoren. De gefrituurde groenten, de verkruimelde aardappelen, pannenkoeken met lente ui en omelet smaken echter errug goed. Het enige probleem is echter dat men maar eten bleef serveren. Mijn moeder heeft me altijd geleerd netjes mijn bordje leeg te eten. In China is het echter gebruikelijk om wat eten op je bord te laten liggen, ten teken dat je voldaan bent. Het resultaat van deze culturele differentiatie ondervond ik aan den lijve. Elke keer als ik mijn schaaltje leeg had, werd het prompt weer opgevuld, ondanks mijn tegengesputter. Uiteindelijk moest ik toch vrij dringend aangeven dat ik echt compleet vol was, en ik anders zou ploffen als de man in Monty phytons 'Meaning of Life'.
Na een middagslaapje gaan we te voet op pad voor de farm visits. Als eerste een kippenboerderij. De boer vertelde dat hij 2duizend kippen heeft. Ze werden gehouden in een grote ren, aangesloten op een schuur waar ze op stok konden en een ander waar de eieren werden gelegd. Ik moet zeggen dat ze het een stuk beter hadden dan de kippen die wij in onze legbatterij houden (zie de film 'Our daily bread' voor details).
De tocht vervolgde naar een afgraving van klei, gebruikt voor bakstenen. Terug in het dorp gingen we naar een werkplaats waar deze klei werd gebruikt voor het maken van siertegels. Verwerk ze in je huis en het zal je geluk brengen is het Chinese geloof.
Even verder is een koeienboerderij, 5 koeien en 3 pinken. Ze hadden geen weide, maar een modderig stukje grond met een afdakje. Ook dit was echter nog niet zo schokkend als ik verwacht had. Ik denk dat ons verslag meer anekdotes van anderen zal moeten bevatten om echt indruk te maken op westerse geldschieters (gelukkig maar voor deze dieren iig).
We beëindigen de tocht in het dorp op het lokale pleintje, waar de regering een aantal gymtoestellen geplaatst heeft (je ziet ze overal zodat de bevolking fit en gezond kan blijven). Er is tevens een tafeltennis tafel, waar wij onze skills moeten bewijzen tegenover de lokale kids, wat me nog redelijk afging (dankzij de vele zomeravonden op vakantie in Frankrijk gok ik).
's Avonds volgt een maaltijd op dezelfde manier als 's middags. Veel eten en de familie eet zelf pas nadat wij klaar zijn. Het moeilijkste moment is 's avonds als we gaan slapen en blijkt dat de halve familie bij de buren gaat slapen zodat wij op de bedden kunnen liggen. Iets waar je je natuurlijk zwaar tegen verzet, maar wat compleet zinloos is, men staat erop dat het zo gaat.
De volgende dag maken we een mooie tocht door de bergen, veel stops op meer en minder interessante plekken geven ons een extra goed beeld van de omgeving.
Na een laatste lunch en een uitdrukkelijke poging van onze kant om de familie te bedanken, stappen we weer in de auto op weg naar Beijing. Ondanks dat het doel van de trip, het zien van de slechte situatie van dieren op het platteland niet helemaal was gelukt (de situatie viel best wel mee, gelukkig maar) was het wel een super interessante kennismaking met een kant van China die tot nu toe nog in een smogwolk was verhuld. Zou dit het begin kunnen zijn van een beetje cultureel besef van mij als westerse idioot in een Oost-Aziatisch land?Wie weet, het zou kunnen gebeuren in de laatste kleine 4 weken die mij resten.
woensdag 8 augustus 2007
zondag 5 augustus 2007
Mong zu
Wederom een wijs verhaal uit het oude Chinese rijk. Ondertussen is er sinds vorige week dinsdag (het moment van schrijven) al weer veel gebeurd, maar first things first.
Dinsdag 31 juli 2007
Reeds de vierde week in China. Vorig weekend is plotseling die jongen uit Kazakstan gekomen, zonder dat iemand van AIESEC, ARB of wie dan ook er maar van af wist. Na een paar dagen van geniks heeft hij vorige week donderdag een gesprek gehad met iemand van AIESEC over zijn job description. Wij hadden die van ons net rond, en we hadden er niet echt trek in om deze mooi gedefinieerde opdrachten nu weer te gaan ombouwen. Nu heeft hij zijn eigen ding. Probleem is echter dat hij maar 4 weken hier is, waarvan de eerste dus grotendeels verloren is gegaan. Hoedanook. Afgelopen weekend zijn we weer de stad in geweest. Op vrijdagavond eerst gegeten bij het restaurant met de kookpotten. Ze herkenden ons natuurlijk van mijlenver. Die westerse gasten die er helemaal nieeets van snapten. Daarna door naar de stad waar we de Bookworm opzoeken, een zeer aangename kleine bibliotheek met verschillende talen aan boeken, een klein verkoopdeel en een heerlijke relax hoek waar ze zeer goede koffie serveren. Even ontsnappen aan de hektiek van Beijing dus. Na al dit ge-ontspan is het tijd voor een feestje. Op naar Antoine, de French-Canadian, die zijn verjaardag viert. Hij woont samen met een Fin en een Colombiaan, indeed een exotische combi, op de 18e verdieping van een zeer lelijke flat in het noordoosten van het centrum. Een gezellig westers feestje hier met veel van de AIESEC studenten die ik al eerder ontmoet heb. Rond 1 uur de stad in naar de VIC's, een club met een R'B zaal (even kotsen) en een techno zaal (beduidend beter, zeker toen er een set drum'n'bass gedraaid werd! waar ik en een andere Nederlander lekker idioot los gingen.)
De volgende ochtend wordt vrij ruim ingevuld met het boeken van een Hostel. Het kost nogal wat tijd om daar in te checken. Maar eenmaal zover, kan ik daarna eindelijk na een week weer een douche nemen. Aangenaam. ’s Middags gaan we naar een park met water, waar we ook ons diner nuttigen. Daarna werd mijn plan om naar een jazzclub gevolgd door meerdere mensen en heb ik een avond lang zitten genieten van een live set jazz door Aziaten. De rest uiteindelijk niet, die viel allemaal in slaap. Helden. Zondag was weer cultureel met een bezoek aan de Temple of Heaven en het omliggende park. Een mooi staaltje Chinese architectuur van de Ming Dynastie uit 1420. Ook het park eromheen was erg mooi, met een rozentuin en dat soort dingen (zie ook de foto’s).
Tijdens een lunch in de Hutongs (oude wijk met kleine steegjes) blijkt weer hoe men met toeristen omgaan. Ik betaal 9 kuai waar Jo 8 betaald voor dezelfde twee pannenkoeken. Een mooi voorbeeld volgt ’s avonds. We hadden een hostel gereserveerd zodat we naar een film konden gaan (Crossing the Line, over een Amerikaanse soldaat die sinds de Korea oorlog in Noord-Korea woont). Men heeft onze reservering echter verkeerd verstaan en op maandag gezet ipv zondag, voor vier mensen ipv drie en OOK nog eens onder de verkeerde naam. Tja, communicatie blijft onmogelijk. Uiteindelijk hadden we geen zin om nog weer een ander hostel te gaan zoeken en waren we ook erg moe, dus zijn we terug gegaan naar onze residentie.
Maandag was een dag van werken aan de website. Vandaag ben ik daar ook weer mee bezig geweest. Maar geen dag in China gaat voorbij zonder verrassingen. Eind van de middag komt er een Chinees meisje aan. En ook zij blijkt hier te komen. Wisten we dan weer niks van, wat ze gaat doen is onduidelijk en hoe lang ze blijft, geen idee. Hoedanook.We gaan met haar het dorp in, Mong Zu genaamd. Iets wat we zelf ook nog niet hadden gedaan, omdat we dachten dat het niks was, maar het Chinese meisje vroeg naar een winkel om water te komen en die bleek gewoon om de hoek te zijn. En zo kwamen we zowaar in een net en schoon Chinees dorpje. Foto’s staan op de site. De zon scheen, de temperatuur was heerlijk en het dorpje lag er vriendelijk bij. Ik heb er meteen maar een wandeling aan vastgeknoopt de weilanden in. Men verbouwt veel maïs hier. Tussen deze maïsvelden bevindt zich zo nu en dan een oud gebouw, omgeven door een grote muur. Maar ondertussen waren de wegen wel nieuw geasfalteerd. De Chinese modernisering gaat in horden en stoten en de ene keer wat sneller dan de andere keer. Plotseling bevind ik namelijk op een nieuw aangelegd pad langs een soort westers resort-achtige wijk, waar ik even later in datzelfde resort wordt gepasseerd door een herderin met een groep schapen. Wat later arriveer ik langs een door Chinese bomen omzoomde, weet nog niet welk soort, weg weer in Mong Zu.
Dinsdag 31 juli 2007
Reeds de vierde week in China. Vorig weekend is plotseling die jongen uit Kazakstan gekomen, zonder dat iemand van AIESEC, ARB of wie dan ook er maar van af wist. Na een paar dagen van geniks heeft hij vorige week donderdag een gesprek gehad met iemand van AIESEC over zijn job description. Wij hadden die van ons net rond, en we hadden er niet echt trek in om deze mooi gedefinieerde opdrachten nu weer te gaan ombouwen. Nu heeft hij zijn eigen ding. Probleem is echter dat hij maar 4 weken hier is, waarvan de eerste dus grotendeels verloren is gegaan. Hoedanook. Afgelopen weekend zijn we weer de stad in geweest. Op vrijdagavond eerst gegeten bij het restaurant met de kookpotten. Ze herkenden ons natuurlijk van mijlenver. Die westerse gasten die er helemaal nieeets van snapten. Daarna door naar de stad waar we de Bookworm opzoeken, een zeer aangename kleine bibliotheek met verschillende talen aan boeken, een klein verkoopdeel en een heerlijke relax hoek waar ze zeer goede koffie serveren. Even ontsnappen aan de hektiek van Beijing dus. Na al dit ge-ontspan is het tijd voor een feestje. Op naar Antoine, de French-Canadian, die zijn verjaardag viert. Hij woont samen met een Fin en een Colombiaan, indeed een exotische combi, op de 18e verdieping van een zeer lelijke flat in het noordoosten van het centrum. Een gezellig westers feestje hier met veel van de AIESEC studenten die ik al eerder ontmoet heb. Rond 1 uur de stad in naar de VIC's, een club met een R'B zaal (even kotsen) en een techno zaal (beduidend beter, zeker toen er een set drum'n'bass gedraaid werd! waar ik en een andere Nederlander lekker idioot los gingen.)
De volgende ochtend wordt vrij ruim ingevuld met het boeken van een Hostel. Het kost nogal wat tijd om daar in te checken. Maar eenmaal zover, kan ik daarna eindelijk na een week weer een douche nemen. Aangenaam. ’s Middags gaan we naar een park met water, waar we ook ons diner nuttigen. Daarna werd mijn plan om naar een jazzclub gevolgd door meerdere mensen en heb ik een avond lang zitten genieten van een live set jazz door Aziaten. De rest uiteindelijk niet, die viel allemaal in slaap. Helden. Zondag was weer cultureel met een bezoek aan de Temple of Heaven en het omliggende park. Een mooi staaltje Chinese architectuur van de Ming Dynastie uit 1420. Ook het park eromheen was erg mooi, met een rozentuin en dat soort dingen (zie ook de foto’s).
Tijdens een lunch in de Hutongs (oude wijk met kleine steegjes) blijkt weer hoe men met toeristen omgaan. Ik betaal 9 kuai waar Jo 8 betaald voor dezelfde twee pannenkoeken. Een mooi voorbeeld volgt ’s avonds. We hadden een hostel gereserveerd zodat we naar een film konden gaan (Crossing the Line, over een Amerikaanse soldaat die sinds de Korea oorlog in Noord-Korea woont). Men heeft onze reservering echter verkeerd verstaan en op maandag gezet ipv zondag, voor vier mensen ipv drie en OOK nog eens onder de verkeerde naam. Tja, communicatie blijft onmogelijk. Uiteindelijk hadden we geen zin om nog weer een ander hostel te gaan zoeken en waren we ook erg moe, dus zijn we terug gegaan naar onze residentie.
Maandag was een dag van werken aan de website. Vandaag ben ik daar ook weer mee bezig geweest. Maar geen dag in China gaat voorbij zonder verrassingen. Eind van de middag komt er een Chinees meisje aan. En ook zij blijkt hier te komen. Wisten we dan weer niks van, wat ze gaat doen is onduidelijk en hoe lang ze blijft, geen idee. Hoedanook.We gaan met haar het dorp in, Mong Zu genaamd. Iets wat we zelf ook nog niet hadden gedaan, omdat we dachten dat het niks was, maar het Chinese meisje vroeg naar een winkel om water te komen en die bleek gewoon om de hoek te zijn. En zo kwamen we zowaar in een net en schoon Chinees dorpje. Foto’s staan op de site. De zon scheen, de temperatuur was heerlijk en het dorpje lag er vriendelijk bij. Ik heb er meteen maar een wandeling aan vastgeknoopt de weilanden in. Men verbouwt veel maïs hier. Tussen deze maïsvelden bevindt zich zo nu en dan een oud gebouw, omgeven door een grote muur. Maar ondertussen waren de wegen wel nieuw geasfalteerd. De Chinese modernisering gaat in horden en stoten en de ene keer wat sneller dan de andere keer. Plotseling bevind ik namelijk op een nieuw aangelegd pad langs een soort westers resort-achtige wijk, waar ik even later in datzelfde resort wordt gepasseerd door een herderin met een groep schapen. Wat later arriveer ik langs een door Chinese bomen omzoomde, weet nog niet welk soort, weg weer in Mong Zu.
Abonneren op:
Posts (Atom)